Ze staken me, ze spleten me in twee,
mijn zijde,
mijn vleugel,
en ik ben een druppel
bloed op je lip,
een wind tussen je vingers
en met een druppel
bloed op je lip,
een wind tussen je vingers
Ik kan niet leven
en ook niet sterven;
een halve romp
een stukgesneden droom
Ze staken me, en lieten me leven
met mijn wonde,
met mijn liefde,
en ik ben droefheid
in je ogen
een wind tussen je haren
en ik ben droefheid
in je ogen
een wind tussen je haren
Ik kan niet leven
en ook niet sterven;
een halve romp
een stukgesneden droom
|